De Nieuwe Kleren van de Kiezer!


Het Colbert uit 2006


De microfoon kraakte zachtjes toen hij hem een stukje naar zich toe boog. Hij keek de raadszaal in, een ruimte die de afgelopen twintig jaar als een tweede, soms nogal luidruchtige huiskamer had gevoeld. Zijn hand streek even over de revers van zijn jasje. Hij had het in 2006 gekocht bij Frankie Toorop, speciaal om er netjes uit te zien voor dit werk. Daaronder droeg hij een bruin overhemd dat hij nog geen week geleden snel bij de Hema van de rekken had getrokken. Het was een stil, persoonlijk statement: het is niet de kleur van je kleding die bepaalt wie je bent, maar de kleur van je gedachten! 

"Voorzitter," begon hij, en zijn stem klonk rustiger dan hij had verwacht, maar minder rustig dan hij zou willen. "Ze zeggen dat een politicus nooit écht weggaat. Ik hoop van harte dat dat in mijn geval anders zal zijn." Er klonk zacht gegrinnik in de zaal. Niet dat hij dat nodig had, hij wist dat hij niet de enige was die dat hoopte.

Terwijl hij sprak, dwaalden zijn gedachten even af naar acht jaar geleden. Zijn eerste afscheid. De bittere nasmaak van een gedwongen vertrek omdat zijn partij, Linksaf, wilde verjongen. In de emotie van dat moment was hij vergeten zijn vertrekkende collega's Appetjoek Peter Monsieurs en Tines Ineke Ruygt te bedanken. Het was een stommiteit geweest die hem lang had dwarsgezeten, maar vanavond, onder de harde lichten van de raadszaal, sprak hij alsnog zijn dank en liefde naar hen uit. Het voelde alsof er een gewicht van zijn schouders gleed.

Dit afscheid was anders. De recente verkiezingen hadden hun tol geëist; de nare kantjes van het politieke spel hadden hem geraakt en soms het slechtste in hem naar boven gehaald. Hij was er klaar mee. Het was tijd om de fakkel over te dragen, om een jonger, rustiger stuk van zichzelf achter te laten in de vorm van zijn zoon Gijs.

Zijn blik gleed langs de gezichten in de zaal. Zevenentwintig mensen apart bedanken was ondoenlijk, dus koos hij zorgvuldig. Hij knikte naar Richard Tiemstra. Ze konden politiek gezien niet verder uit elkaar liggen, maar toch deelden ze sinds 2006 een warme band. Hij glimlachte toen hij Richard en de rest van de raad een huiswerkopdracht meegaf: Mattheüs 16 vers 26. Laat ze maar eens Googelen wat daar stond.

Daarna richtte hij zich tot Ad van Belkom, zijn vaste baken in de Agendacommissie, en vervolgens tot Ilona Klerx. Terwijl hij haar prees als het beste raadslid met wie hij ooit had gewerkt-wars van populisme, ijzersterk in haar argumenten-zag hij haar glimlachen. Ze waren het bijna nooit eens geweest, maar het respect was diep. "Succes met je groene toekomst in het verre Haarsteeg," gaf hij haar mee.

Toen hij burgemeester Sacha Ausems, het college, de ambtenaren en de griffie bedankte, daalde er een zekere ernst over hem heen. Die ernst verdiepte zich tot een respectvolle stilte in de zaal toen hij de namen noemde van de collega's die hen ontvallen waren: Monique, Bea en Jan. Voor even was er geen coalitie of oppositie, alleen het besef dat ze allemaal slechts passanten waren. Het relativeerde het politieke lawaai dat in deze muren zo vaak had geklonken.

Hij sloot af met een citaat van President Kennedy, een knipoog naar zijn warme collega Yvette die samen met hem afscheid nam. En toen was het klaar, nou ja, bijna dan.. 

De klok tikte door. Hij was een leraar, gewend om zijn leerlingen aan te leren het woord 'ik' te vermijden in hun presentaties. Vanavond had hij die regel met voeten getreden; hij had de tel bijgehouden, tweeëndertig keer. Maar, zo realiseerde hij zich maar al te goed: hij was niet zo goed met regeltjes. 

Hij zocht de tribune af en vond de ogen van Manon, zijn partner. Snel keek hij weer weg, het moest nu aan het einde niet te moeilijk worden. Al die avonden. Al dat gestaar naar zijn telefoonscherm. "Sorry," zei hij in de microfoon, en voor één keer vulde hij de ruimte met woorden die er echt toe deden: "Ik houd van je. Vanaf vandaag ben ik er weer. Ook weer in het weekend, op maandagavond, dinsdagavond, woensdagavond, en meestal donderdag."

Hij haalde nog één keer diep adem. Het colbert uit 2006 mocht de kast in.

"Gegroet allen," zei hij met een ontspannen glimlach. "Houdoe en..."