De riem..
Hallo…
Ik ben maar een goedkope riem uit China, €9,75, en toch gaat het verhaal over mij. Over mij, en over al mijn broertjes en zusjes, wijdverspreid over alle Nederlandse, Europese en mondiale websites waar mensen die haast hebben hun inkopen doen. Maar zoals zo vaak in verhalen, moeten de echte hoofdrolspelers het doen met bijrolletjes. Het is niet anders, maar nu ik toch aan het woord ben, vertel ik in het kort het verhaal van mijn geboorte. Daarna wordt het verhaal overgenomen door andere bijrolletjes, om ten slotte uit te komen bij de hoofdrolspelers, en dat zijn jullie!
Ik begon mijn leven zacht en warm, rustig meedeinend op de flanken van een Zuid-Amerikaans rund. Dat waren mooie tijden! Maar toen werd ze vermoord. We werden ruw van haar afgestroopt, in een bak zout gepropt en in een schip naar een ver land gebracht. Daar werden we uitgeladen, afgespoeld en gescheiden van onze warme, harige leren jas. We bleven achter als split, een zwak en rafelig afdankertje van onze betere buitenkant. En alsof dat niet vernederend genoeg was, werden we ruw tussen een paar gloeiendhete walsen gepropt die ons verstikten onder een gloeiend laagje plastic. Er werd een lederlook in ons geperst om ons duur te laten lijken. Snakkend naar adem werd ik als reep losgesneden van alle andere stukken van ons waar iets aan verdiend kon worden. Er werd een goedkope metalen gesp door mijn lijf gebeukt. Ik werd opgepakt en opgerold, er werd iets om me heen geplakt en ik werd in een doosje gedaan, en dat was het. Wat er daarna gebeurde, gaat niet echt meer over mij, al ben ik eigenlijk in het hele verhaal aanwezig, net zoals alle dingen die zijn zoals ik!

Voor ons volgende hoofdstuk verplaatsen we ons naar Guangzhou, naar een logistiek bedrijf dat goederen sorteert en klaarmaakt voor verscheping naar Europa. De man die het doosje met de splitleren riem van de band haalt om in een overdoos te doen, kan het label niet lezen waarop met grote letters staat dat in het doosje een “Herenriem: Echt Runderleer” zit. Zijn naam is Zhang Wei, maar omdat namen stigmatiserend zijn, en omdat arbeiders voor hun eigenaren slechts “parity products” (allemaal hetzelfde) zijn, noemen we Zhang voor het gemak Jaap van Baardwijk. Zijn collega’s noemen hem “de Rooie”, natuurlijk omdat hij rood haar heeft, maar ook omdat hij altijd van die grote wallen onder zijn ogen heeft. Jaap is moe. Hij werkt lange diensten en verdient per dag niet veel meer dan wat de riem die hij net vijf seconden in zijn handen heeft gehad in Nederland moet kosten. De riem is hij al vergeten, net zoals wij Jaap. Wij staan liever niet te lang stil bij de mensen die onze gedachteloze koopwoede mogelijk maken, net zoals we liever niet stilstaan bij de werkelijke oorsprong en waarde van de producten die we online kopen.
De volgende etappe gebeurt volledig in het donker. De grote doos met riemen gaat in een container met andere, soortgelijke producten en wordt aan boord van bijvoorbeeld de Madrid Maersk geladen, een boot met een capaciteit van 20.450 containers, containers met letterlijk miljoenen doosjes. Daar staat hij dan, ons doosje in zijn grote doos in een container, en daar staat zijn container tussen nog ruim 20.000 containers die de reis vanuit China naar Rotterdam maken, en daar blijft hij een dag of veertig staan. In Rotterdam wordt de container uitgeladen en vervoerd naar een logistiek bedrijf in, laten we voor het gemak maar zeggen, Waalwijk. De ironie van een goedkope leren riem uit China in de logistieke hub Waalwijk, vanouds het centrum van de leerindustrie in Nederland en de wereld, doet misschien wat vreemd aan, maar het zou zomaar kunnen, dus...
In Waalwijk wordt de container uitgepakt en ziet de doos met riemen eindelijk weer licht. Onze riem mag eindelijk uit zijn doosje, en er worden prachtige foto’s gemaakt om zijn gelogen echte leerlook zo goed mogelijk over te laten komen. De foto’s gaan naar de retailers en het doosje met de riem gaat in de schappen. En daar komt de volgende speler aan de beurt. Zijn naam is Andrei Ionescu, maar voor het gemak noemen we hem Willem van Waalwijk. Zijn collega’s niet trouwens, die noemen hem “de Bolle”. Niemand begrijpt waarom, want Willem is lang en mager, maar bijnamen zijn zelden logisch. Willem woont op een campus met andere “internationale medewerkers” en hoopt snel weer naar huis te mogen. Dat kan als hij lang genoeg en hard genoeg werkt, en dus rent hij zich rot. Misschien dat hij daarom zo mager is, trouwens. Hij moet sowieso rennen, de klanten willen wat vandaag besteld wordt morgen in huis hebben, en dus heeft hij haast. Dankbaarheid verwacht hij niet. Niemand kent hem, niemand wil hem kennen, iedereen wil alleen maar wat hij mogelijk maakt.
Aan het begin van weer een lange werkdag voor Willem komen we tussendoor even bij onze hoofdrolspeler, Miel Spiering. Miel is net zoals wij allemaal een beetje zijn: een gezette, ietwat zelfingenomen man van middelbare leeftijd. Hij is heel belangrijk, heeft heel veel haast en hij denkt niet te veel na bij wat alles echt kost. Hij denkt liever na over wat alles opbrengt, dat is veel makkelijker! Miel is net wakker en doet voor zijn werkdag zijn vertrouwde blauwe pak aan. Bij het aantrekken van zijn pantalon merkt Miel dat zijn riem eigenlijk wel aan vervanging toe is. Hij past nog wel, maar het beste is ervanaf. Om tijd en moeite te besparen bestelt Miel op de webshop van een grote internetverkoper een mooie riem, echt leer, daar kan hij dan weer even mee vooruit. Niet duur en morgen in huis. Het gemak dient de mens. Miel drukt op bestellen, betaalt, drinkt zijn koffie op en gaat naar zijn werk.

Miel Spiering
Terug naar Willem. Willem loopt met zijn picklijst door de hal. Gangbare producten gaan volledig geautomatiseerd, maar deze riem is nieuw en zit nog niet in het systeem. Willem kijkt naar het nummer, controleert en gooit de riem in zijn kar. Klaar! Barcode van de ontvanger erop, Willem is alweer vijftig orders verder als de riem bezig is om het bedrijf te verlaten, in een vrachtwagen naar een distributiecentrum bij Den Haag.
Daar worden de dozen uitgeladen en gesorteerd, en daar ontmoeten we ook onze laatste speler: Amir el Idrissi, maar we doen net of hij Kees van Besoijen heet. Zijn collega’s noemen hem “Speedy Kees”, want Kees heeft altijd heel veel haast. Hij vindt het verschrikkelijk om de afleveringstijd niet te halen. Zijn klanten noemen hem “Slome Kl**tzak”, want volgens hen is hij altijd te laat. Kees laadt zijn spulletjes in en rijdt weg. Hij heeft geluk, het is rustig op de weg en hij is op tijd. Het pakketje voor Miel staat bovenaan zijn lijst, en daar heeft Miel geluk mee. Hoe later op de route, hoe meer klanten niet thuis zijn of moeilijk doen, en hoe meer klanten niet thuis zijn of moeilijk doen, hoe verder hij uitloopt. Daar heeft Miel gelukkig geen last van. Zijn pakje is op tijd, en Miel kan 's morgens met een fonkelnieuwe riem naar zijn werk.
De kwaliteit valt een beetje tegen, maar ja. Snel, goedkoop en goed gaan niet makkelijk samen. Trots als een pauw en weer helemaal het heertje loopt Miel zijn dagelijkse route naar het metrostation dat hem naar het centrum van de macht gaat vervoeren. Halverwege loopt hij langs een winkeltje dat hem eigenlijk nog nooit is opgevallen. “Verrek, Van Drunen Lederwaren, nooit geweten dat dat hier zit,” denkt hij bij zichzelf. En hij stopt om te kijken. Zo hee, mooie riemen, en “made in Holland”. Wel iets duurder, maar ze zien er goed uit. Miel kijkt even en loopt weer door. “Zou ook kunnen,” denkt hij, maar ja.
Een volgende keer misschien…
(Jullie, wij, jij, ik... Wij zijn de hoofdpersonen in dit verhaal. Want we kennen allemaal de echte kosten. Om onze riem bij Miel te krijgen, is er ongeveer 5 kilo CO2 de lucht ingeblazen, dat staat gelijk aan de uitstoot van 25 kilometer rijden met een gemiddelde benzineauto. Er staan miljoenen van die doosjes in de containers op de boot van China naar Rotterdam. Goedkoop wordt duur betaald!)