Met pensioen, werk in uitvoering
Binnenkort mag ik met pensioen. Één jaar te vroeg, of 8 jaar te laat, het is maar hoe je het bekijkt, en daar hoort, zoals bij alles in het leven, natuurlijk een verhaaltje bij.. Nou ja, laat dat -tje maar weg. Heb je even voor mij?
Mis je de organisatie en structuur in het verhaal? Welcome to my mind!
Ik werd geboren op 29 augustus 1960 in Schiedam, in de "Nolet Stichting". Veel te vroeg, maar de artsen wisten toen ook al alles beter, en mijn moeder had dus echt ongelijk toen ze een paar keer aangaf dat ik er toch echt wel klaar voor was. Totdat ze gelijk had en ik geboren werd. Mijn moeder had altijd gelijk, moeders zijn zo! Ik was het vierde van wat uiteindelijk 7 kinderen zouden worden, maar waar er op het moment van schrijven helaas nog maar 6 van over zijn. ik woonde tot mijn 10e in Vlaardingen, en maakte toen de grote oversteek naar Waalwijk in Brabant. Waalwijk was in die jaren een gemoedelijk provinciestadje, midden in het groen en zonder heel erg opvallende kenmerken, of het moet de schoenenindustrie zijn, maar dat was dan ook eigenlijk de enige "claim to fame" die we in die tijd hadden. Nou ja, we hadden schoenen, en die droegen we met trots.
En daar kwamen wij dan binnen, 9 mensen uit de Randstad. Op zich niet heel bijzonder, maar anders, en dat was in die jaren al speciaal genoeg.
Mijn schooltijd was ook al niet bijzonder bijzonder. Ik begon op het Mollercollege in 1972. Klas 1 Gymnasium, maar dat mocht maar een jaartje duren. Een hartstikke leuk en gezellig jaar, maar leuk en gezellig en goede resultaten gingen bij mij in die tijd niet perse goed samen. Aan het einde van dat eerste jaar mocht ik vertrekken, want mijn vader zag nog een jaar "aanklooien" met mij op het Moller niet zo zitten, en nam me onder zijn hoede op de Michael Mavo. Een goede beslssing, want vanaf die dag heb ik nooit meer serieus aan school gewerkt. Later wel voor school, maar dat stukje volgt nog. Na 3 jaar Michael ging ik weer terug naar het Moller, havo deze keer, en dat was na 2 mooie jaren voor mij ook wel het eindpunt daar. Mijn geest was ondertussen zodanig verruimd dat verdere scholing beter elders kon plaatsvinden.
De periode daarna was mooi, zeer leerzaam, en niet echt aan te raden voor mensen die wat minder stevig in de schoenen staan. Op de dag dat ik 18 jaar werd, verhuisde ik naar Grotestraat 308, Het Kraakpand. Daar heb ik pas echt serieuze pogingen ondernomen mijn geest te verruimen. Maar hoe ruimer mijn geest werd, hoe smaller mijn perspectief. Ik zou het achteraf niet anders hebben willen doen, maar koorddansen was het wel, en niet iedereen heeft de overkant gehaald. In een poging nog iets van mijn toekomst te redden, regelde mijn vader een inschrijving op het Mollerinstituut, de lerarenopleiding in Tilburg, afdelingen Wiskunde en Natuurkunde. Je moest twee vakken doen, en mijn vader had daar als docent wiskunde en als stagebegeleider een ingang. Die vakken werden gegeven in het Engels, geen idee waarom. Ik geloof dat ik daar twee jaar gezeten heb, nou ja, twee jaar ingeschreven heb gestaan, maar echt een actieve herinnering heb ik daar niet meer aan. Het vrije leven eiste zijn tol van mijn mentale beschikbaarheid voor onderwijs, en de inzichten die ik opdeed kwamen op een volledig andere manier tot stand. Ik herinner me nog dat mijn vader tegen me zei: "Ik vind je een lieve jongen Frank, maar vanaf nu mag je het zelf betalen." En dat deed ik, Er gebeurde van alles in mijn leven, erg doelgericht was het allemaal niet. Ik werkte hier en daar, zat in de RWW als ik niet werkte, en was eigenlijk op weg naar nergens. Manon redde mij in die jaren.
In 1980 kreeg ik verkering met een klein blond meisje, Manon. Klein maar pittig, en zij bracht mij stukje bij beetje weer op het rechte pad. Ik ging weer studeren: een avondstudie aan de Lerarenopleiding Engels. Ik ging ook aan de slag bij Drukkerij Collectief, een initiatief vanuit Waalwijk Linksaf. Daar heb ik gewerkt van 1984 tot 2002, een prachtige tijd, al zette het financieel niet veel zoden aan de dijk. De drukkerij was een "Stichting Zonder Winstoogmerk". In de praktijk werd het hoe langer hoe meer een eigen bedrijf waar heel veel werk in ging zitten, maar waar bar weinig uit te halen viel, anders dan een crashcourse zelfvertrouwen en werken met je handen. Voor die laatste twee dingen ben ik het bedrijf en mijn vader eeuwig dankbaar, ik heb daar veel aan gehad! Volgens mijn familie deed mijn vader het trouwens voornamelijk om mij te redden van een iets minder fraai lot, en misschien hadden ze daar gelijk in, maar uiteindelijk deden Klaas en ik het voor elkaar, de laatste jaren tegen beter weten in. Voor mij was het een fantastische leerschool, al had het ook zijn schaduwzijde: werken met je vader betekent ook dat je elkaar leert kennen op een niveau dat niet alle vaders en zonen gegeven is. Dat is mooi, maar het geeft je ook inzichten in waar je vandaan komt die je eigenlijk niet zou moeten hebben. In 2002 kende ik mijn vader volledig; in al zijn schoonheid, maar helaas ook in al zijn lelijkheid. Heel waardevol allemaal, maar kiespijn laat je ook voelen waar je iets aan zou moeten doen. Mijn excuses voor de pijnlijke metafoor!

Manon en ik hadden ondertussen twee prachtige kinderen: Gijs en Anne. We woonden in een mooi maar duur huurhuis, en als we daar iets aan wilden veranderen moest er echt meer brood op de plank. Ik was ondertussen ook wel een beetje klaar met het eeuwige geschraap in de drukkerij. De vraag of het financieel nog houdbaar was, werd hoe langer hoe moeilijker te beantwoorden, en in juli 2002 besloten we de boel te liquideren. Doorgaan zou onvermijdelijk op een faillisement uitdraaien, en mijn vader Klaas en ik hadden er allebei wel een beetje genoeg van. De kans dat ik op korte termijn nog de fout in zou gaan was helemaal verdwenen, en daarmee dus ook de noodzaak om mij te beschermen. Ik had ondertussen ook wel behoefte aan wat meer intellectuele uitdaging nu ik de volledige hersencapaciteit weer kon gebruiken, en het was dus tijd. Voor alles afgewikkeld was had ik al een aanbod van het dr. Mollercollege om daar aan de slag te gaan als docent Nederlands, dus niets stond een wat rustigere toekomst meer in de weg.
Nou ja, noem het maar niets. Ik had in 1984 of iets dergelijks ooit eens 4 dagen stage gelopen op een school in Raamsdonk, en dat was geen onverdeeld succes. Ik had mijn avondstudie Engels nooit afgerond, had ook nog twee jaar geprobeerd te studeren via de LOI, maar dat was allemaal op niets uitgelopen. Tot op de dag van van vandaag heb ik volgens mij het Nederlands record "Een opleiding volgen zonder je Propedeuse te halen". Ik heb in totaal 7 keer in een eerste jaar gezeten, en pas de zevende keer haalde ik mijn "P", al gebeurde dat door een administratief foutje pas een paar weken voor ik afstudeerde. Er was een vak vergeten dat ik nooit gehaald had, en dus moest ik dat nog doen voor ik mijn diploma kon krijgen. "Kom maandag maar naar mijn kantoor. Ik leg een tentamen voor je klaar. Maak het serieus, en je krijgt een 6", zei mijn toenmalige hoofddocent. En zo haalde ik mijn diploma. Anyway, dat was allemaal jaren nadat ik moest beslissen of ik al dan niet aan de slag wilde op het Moller. Na een goed gesprek met Okke Blauw, docent Nederlands op die school, had ik "ja" gezegd, maar hoe dichterbij het schooljaar kwam, hoe zenuwachtiger ik werd. Ik kon er niet van slapen. Het breekpunt kwam toen mijn moeder, docent Engels en een echte taalnazi, me belde en een aantal vragen stelde over de interne werking van de Nederlandse taal. Vragen waarop ik het antwoord volledig schuldig moest blijven. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ze me, in de vorm van een retorische vraag, duidelijk vertelde hoe zij er over dacht: Zou je dat nou wel doen jongen? Een uur later hing ik aan de telefoon om door te geven dat ik afzag van de aanstelling, een week later had ik me ingeschreven op Fontys voor de lerarenopleiding Engels. Okke Blauw heeft het me nooit vergeven.
Anyway, het Moller dus. Na een paar maanden Engels op de opleiding, werd ik gebeld door Lorna van der Walle met de vraag of ik eventueel geïnteresseerd was in een tijdelijke baan als docent Engels in Kaatsheuvel. De rest is history, as they say! Ik werk er nog steeds, niet meer in Kaatsheuvel maar in Waalwijk, en ik doe het al ongeveer 24 jaar. Hartstikke leuk allemaal, want al snel gaf ik ook les in de bovenbouw. Ik had ondertussen ook m'n master gehaald, het ging allemaal voorspoedig, al betekent dat niet dat ik alles aan het metier leuk vind.. Het nadeel van het onderwijs is namelijk dat het een heel modegevoelige tak van sport is. Om de zoveel jaar moeten er nieuwe dingen verzonnen worden, want het moet allemaal wel interessant blijven voor de buitenwacht, en de leerlingen veranderen, en dus het onderwijs ook. Wat de verschillende directies en managementteams daarbij even uit het oog verliezen, is dat wij als onderwijs aan de bakermat staan van al die veranderingen. Op het moment dat wij niet langer dan 10 minuten achter elkaar aandacht gaan vragen van onze leerlingen, leren wij ze ook af om langer dan 10 minuten de aandacht ergens op gericht te kunnen houden. Dat klinkt allemaal heel erg logisch, maar dat zal waarschijnlijk een kwestie van salarisschaal zijn. Bijna alle docenten zien dit probleem, bijna geen een directie, management of leidinggevend team, of hoe je ze ook wilt of moet noemen, zal het er mee eens zijn. Wij zien het fout, wij begrijpen niet hoe het buiten ons lokaal werkt, wij hebben niet genoeg afstand tot het probleem, wij zijn te star en onwillig om onze routine op te geven, het klinkt waarempel bijna als de artsen die een halve eeuw eerder mijn moeder voor gek verklaarde toen zij vond dat zij haar lichaam beter begreep dan de "experts". Het zal allemaal wel waar zijn, maar het resultaat is dat in de jaren dat ik er werk, onze school van een van de betere scholen in Nederland naar een matig presterende onderwijsinstelling afgegleden is. Dat ligt aan de docenten natuurlijk, en dus moet er veel, heeel veel veranderd gaan worden! Ik begrijp dat het voor jonge collega's een stuk makkelijker is om hiermee om te gaan, maar ik vind het moeilijk. Ik zal best eigenwijs zijn, ik zal niet altijd even makkelijk in de omgang zijn, maar meelopen met de kudde is aan mij nu eenmaal niet gegeven. Ik was er perfect gelukkig mee geweest om tot mijn 67ste uit te drijven. Maar dat heeft niet zo mogen zijn. De uiteindelijke reden voor die beslissing houd ik gezellig bij me.
Ik vond dus mijn plek in het onderwijs, en werd daarnaast in 2006 gevraagd plaats te nemen in de gemeenteraad van Waalwijk. Gevraagd, want eigenlijk was ik niet gekozen. Omdat mensen voor mij hun zetel weigerden, kwam ik toch in aanmerking. En dus ging ik aan de gang als gemeenteraadslid. Dat was fijn, want ondertussen had ik gemerkt dat het met de intellectuele uitdaging als docent ook wel meeviel. Lesgeven is werk, de andere docenten zijn je collega's, en los van wie of wat ze zijn, niet heel de dag bezig met het zoeken van verdere mentale uitdagingen, die vinden we in de klas al meer dan genoeg. De gemeenteraad kwam dus als geroepen. Daar was uitdaging "the name of the game", en de eerste jaren was dat absoluut waar. Ik heb daar van alles meegemaakt. Een eerste rustige periode als een beetje een slapend raadslid, ik moest alles nog leren, en durfde niet teveel domme dingen te zeggen. Mijn keerpunt kwam na twee jaar, en was een politieke crisis, gefabriceerd, en op een heel vervelende manier uitgespeeld. Als er één moment is geweest in mijn leven waarop ik geleerd heb hoe een en ander in elkaar zit, dan was het toen, met de "Hayescrisis". Een lang verhaal, maar een verhaal dat onze wethouder Elly Baggerman onterecht de kop kostte. Daar leer je ook de mensen kennen. Het enige raadslid dat na al het gezeur open en eerlijk in de gemeenteraad excuses aanbood aan Elly, omdat zij geen schuld had aan wat er gebeurd was, was Richard Tiemstra, ere wie ere toekomt. Na die dagen heb ik tot 2018 in de raad gezeten, in de oppositie, met mijn ogen en mond wagenwijd open, klaar voor wat dan ook. Hartstikke leuk, zonder gekheid, want je hoeft je nergens aan te houden. Geen afspraken waar je het maar gedeeltelijk mee eens bent, geen compromissen die je hebt moeten sluiten om je belangrijke punten uitgevoerd te krijgen. Geen gezeur over wat er nu precies bedoeld werd met de afspraken in het coalitieakkoord. Gewoon lekker zeggen waar het op staat, en gewoon lekker duidelijk zijn, altijd. Het ging er die periode ook heel goed met de partij, maar ik zat er al veel langer dan de bedoeling was, en het was tijd om te verjongen. En dus, ondanks eerder gemaakte afspraken, werd ik bedankt, en werd mij gevraagd er in het openbaar niet lelijk over te doen. Dat heeft best een litteken achtergelaten, en ik heb me een half jaar helemaal niet meer met de politiek bemoeid. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en onze wethouder Dilek, we zaten ondertussen in de coalitie, vroeg mij weer actief te worden.

Er waren in Waalwijk plannen om de uitgeputte gasvoorraden weer aan te vullen door te fracken, door met chemische explosies het in het gesteente vastzittende gas vrij te maken, met alle risico's van dien! Ik zei ja op het verzoek me daar mee bezig te houden, en heb dat een tijdje intensief gedaan. Dat was hartstikke leuk. Interviews met de krant, de radio, de tv, tante Fien hield alles bij. Ik werd voorzitter van de partij, en kwam erachter dat dat echt niet mijn sterke punt is. Aan het eind van die vier jaar ging ik weer de raad in. Er kwam weer een nieuwe fractie, en ik werd nestor van twee jonge en onervaren nieuwe raadsleden, Gijs en Yvette. Ook leuk, zeker met de afspraak dat ik me na een paar jaar naar de achtergrond zou bewegen. Dat vond en vind ik prima: politiek zou geen spel voor oude grijze mannen moeten zijn. En toch heeft het me verbaasd hoeveel moeite me dat koste, hoe moeilijk ik het vond om niet te kunnen zeggen wat ik heel graag zou willen zeggen, maar achtergrond is nou eenmaal een plekje in de schaduw.
En nu is het klaar! In het voorjaar van 2025 werd bij mij kanker geconstateerd. Niets overdreven ernstig, achteraf, maar ernstig genoeg om een redelijk zware operatie te moeten ondergaan, en ernstig genoeg om me te helpen beseffen hoe relatief alles is. Zoals ik altijd tegen mijn broer Marc zei als ik echt niet meer wist hoe om te gaan met zijn ziekte: "een beetje kanker bestaat niet." Wat ook niet hielp is dat mijn werkgever het moeilijk vond om de juiste manier te vinden met een andere Frank om te gaan. Dat heeft bij mij voor heel veel frustratie gezorgd. En dus heb ik besloten om met ingang van schooljaar 26/27 met pensioen te gaan. Een hele verandering..
Ik stop in één keer met de politiek en met school. Dat gaat belachelijk hoeveelheden tijd opleveren, en die moet allemaal gevuld worden. Hoe ik dat ga doen, daar heb ik nog een paar maanden de tijd voor om dat te verzinnen, maar dat komt wel goed. Ik heb wel wat ideeën. Maar het is raar om, zoals het op het T-shirt staat dat ik regelmatig op Facebook langs zie komen, dezelfde leeftijd te hebben als oude mensen. Wie had dat ooit gedacht toen ik als klein jongetje door de straten van Vlaardingen liep, met m'n broer Marc. Op weg naar m'n oma en opa aan de Broekweg, of op weg naar Fortuna Vlaardingen om te voetballen, al kon ik daar niks van. Tijd is wat je overkomt als je druk bezig bent andere plannen te maken!
Ik ben nog steeds met Manon, en we hebben ons huis kunnen kopen, met wat hulp van mensen die toen echt goede vrienden waren. We zijn daar gelukkig samen, al heeft mijn ziekte wel wat kruim gekost. Verloren grond die we terug moeten winnen, maar dat komt goed! Van de mensen waarmee ik in Waalwijk opgroeide zijn er ondertussen heel veel dood, en ik prijs me gelukkig dat ik er daar niet een van ben. Dat had ook zomaar anders gekund, en in mijn hart dank ik daar Manon voor, ik weet niet of ik mezelf aan mijn veters uit het moeras had kunnen trekken. Milder dan vroeger ben ik niet, integendeel. Ik ben harder dan ik was, minder geneigd te vergeven, ik vind niet meer iedereen "best aardig". Dat is jammer, maar niet iets waar je invloed op hebt. Uiteindelijk zijn we allemaal slechts de som van verloren gegane en toevallig opgepikte delen, en daar moeten we het mee doen!
Mijn god, ik ga toch geen zure ouwe man worden?
We're all made up of small pieces
Lovely little pieces
picked up along the way.
Little shiny pieces
some lost in life's creases
But that's but the price we pay.
But all those lost pieces
tear gaps in the soul
until what defines us
is not what remains
but it's only the holes
that make up the whole.
brf
07-12-2019