De dokter en het ziekenhuis


"The gods envy us. They envy us because we're mortal, because any moment might be our last. Everything is more beautiful because we're doomed."        Brad Pitt, Troy


Die goden toch, jaloers op ons omdat we niet onsterfelijk zijn. Nou is het maar een zinnetje uit een film, maar dood gaan maakt het leven dus mooier volgens Holywood. Dat klinkt niet logisch, en dat klopt, want het citaat speelt in op een heel ander gevoel!


De meeste mensen staan niet stil bij de eindigheid van alles, en dat is maar goed ook. Het leven is kort. We verdienen het om in die schaarse tijd zo gelukkig te zijn als menselijkerwijs mogelijk is. Niet dat dat altijd lukt, maar ignorance is bliss. We realiseren ons pas dat de vita toch echt brevis is zodra we de deur van de uitgang in het vizier krijgen.

Voor mij was dat niet anders. In mijn jeugd ben ik een periode doodsbang geweest toen het concept van de dood zich plotseling aan mij openbaarde. Maar zoals bij de meesten lukte het me om die angst in een hanteerbaar vakje te proppen en er verder niet te veel over na te denken. Het geloof in een hemel klonk aantrekkelijk, maar was omringd door zoveel menselijke kromheid dat ik het snel liet voor wat het was: een pleister voor mensen die zingeving belangrijker vonden dan de waarheid. Dat is het ware geloof: accepteren dat het leven niet meer is dan wat het nu eenmaal is. Hetzelfde geldt voor alternatieve levensvisies; die beogen via een omweg hetzelfde als hun grote broers en zussen: rust door de belofte van een cadeau aan het eind, mits je netjes leeft. Niks voor mij.

Zo leefde ik mijn leven, alsof niets eindig is zolang je het maar niet aankijkt. Dat werkte prima, al houdt elk pijntje rond je dertigste op een groeipijntje te zijn. Mensen om je heen sterven. Dat waren er veel, maar rationeel weet je dat het erbij hoort. Na een gepaste periode van rouw gaat het leven weer door.

Totdat een paar jaar geleden de prostaatkanker in mijn omgeving toesloeg en het me slim leek mezelf eens na te laten kijken. Mijn huisarts vond het verzoek interessant - geen symptomen, wel behoefte aan duidelijkheid - maar liet een bloedonderzoek doen. Een week later zat ik er weer: niet goed.

Dan begint het gesodemieter. Je wordt aan alle kanten betast en gepenetreerd door vingers en apparatuur. Zie dan de humor over de betrekkelijkheid van alles nog maar eens te bewaren. Een MRI om de tumoren te lokaliseren, een biopt (niet fijn) om de agressiviteit te bepalen, en dan het gesprek over de weg naar genezing. Het was niet kansloos, maar er was haast bij. Een half jaar na die eerste stap naar de huisarts lag ik op de OK om mijn prostaat te laten verwijderen. En toen was ik beter, al blijf ik in een controletraject.


Je pakt de draad weer op, en dan valt het periodiek bevolkingsonderzoek voor darmkanker op de mat. Geen probleem, denken we. Dippen, opsturen, vergeten. Tot de uitslag komt. Weer niet goed. Komende week lig ik dus opnieuw op een OK om te kijken of er misschien iets weggehaald moet worden wat er niet thuis hoort. Het zekere voor het onzekere als het ware. Misschien is het wel niets, op dit moment zijn alle opties open. We gaan het zien; het zal wel goed komen.

Maar toch: iets meer van die goddelijke onsterfelijkheid en iets minder van die 'schoonheid' van de eindigheid? Dat had ik ook helemaal prima gevonden


Niets is zeker in dit leven

Das het enige dat ik weet

Geen God doet harder beven

Dan die onzekerheid me deed