Taal is best moeilijk, of zo!

 

Bijna iedereen heeft een eigen manier gevonden om te zorgen dat we niet in de problemen komen door de dingen die we zeggen. Daar is niets mis mee, al is het wel hinderlijk als mensen het te vaak doen. Zo had ik ooit een directeur die om de andere zin “ik zal maar zeggen” zei. Als hij begon te praten, keken we elkaar al lachend aan. Wat zal hij nu weer ik-zal-maar-zeggen? Pas toen hij daarop aangesproken werd door de schoolleiding stopte hij ermee, maar de verwachting bij zijn publiek bleef, en ik zal maar zeggen dat dat impact had op de gevoelde waarde van zijn boodschap.

Nou is het niet zo dat ik van aardse smetten gevrijwaard ben. Sterker nog, mijn leerlingen deden een aantal jaar geleden een “Bravke-Bingo”. Geheel tegen de instructies voor docenten van onze school in ben ik iemand die nogal veel praat, heel veel zelfs, en ik gebruik dan natuurlijk mijn geheel eigen stopwoordjes en controlezinnetjes, right? Iemand, hè Jasper, kwam op het idee om de in mijn vocabulaire meest voorkomende overbodige woordjes op een bingokaart te zetten en die uit te delen in mijn lesgroepen. De eerste die de kaart vol kreeg, mocht dan proberen een uur vrij te krijgen, en meestal duurde dat niet lang... All fun and games dus.

 

 

Is daar wat mis mee? Nee, natuurlijk niet, maar er is één speciale groep woordjes die mij echt verschrikkelijk irriteert. Ik bedoel dan woorden als “eigenlijk”, “misschien”, “toch wel”, “zeg maar”, of “bij wijze van spreken”. Als je dit soort taal op een normale manier in een zin gebruikt, is er niets mis mee, maar als je ze gebruikt om jezelf emotioneel in te dekken, wordt het voor mij wat ingewikkelder. Als je zeg maar iets behoorlijk persoonlijks zegt, en je zwakt de lading daarna meteen weer af, dan wordt het serieus nemen van je verhaal wel erg ingewikkeld voor me. Nou zijn alle genoemde woorden prima woorden om wat je zegt te relativeren, en soms is dat ook nodig, maar er is één woordengroepje waar ik echt volledig overgevoelig voor ben, of zo.

Niet dat het nou daadwerkelijk anders is dan de andere manieren om te relativeren, maar in het dagelijks leven wordt het echt wel anders gebruikt. Mensen gebruiken het als relativerende verpakking bij een beschuldiging, waardoor de impact vaak nog groter wordt. “Ben je dom of zo?” Of slimme mensen laten zichzelf dom lijken door een prima opmerking zelf onderuit te halen door er “of zo” achter te zetten. Je merkt dan aan ze dat ze niet te veel te koop willen lopen met het feit dat ze net iets verder boven het maaiveld uitsteken dan de mensen om zich heen, of zo. Alsof slim zijn een ongewenste eigenschap is, en misschien is dat ook wel zo in onze door de middelmaat geregeerde wereld tegenwoordig.

Maar de pinnacle (de top of zo) van al dit foute taalgebruik is toch wel de emotioneel afvlakkende relativering. Ik zeg iets dat emotioneel erg belangrijk is voor me, maar omdat ik niet meteen op mijn gezicht geslagen of uitgelachen wil worden, veins ik onverschilligheid over wat ik net gezegd heb. “Die opmerking van je deed me veel pijn of zo”, of “de trauma’s uit mijn jeugd zorgen ervoor dat ik me in de les moeilijker kan concentreren of zo”. Ik begrijp dat het voor mensen per dag moeilijker wordt om te laten zien wie ze echt zijn, maar als je alles dat waarde heeft meteen weer onderuit haalt, dan haal ik daar niet echt meer uit wat je nu precies probeert te zeggen. Waar ik me denk ik voornamelijk kapot aan erger, is dat mensen over van alles en nog wat een hele sterke, op niets gebaseerde eigen mening hebben, maar als het gaat over wie en wat ze zelf zijn, dan wordt het ineens erg moeilijk om duidelijk te zijn.

Ik kan daar dan dus helemaal niets mee, of zo!