Voorlezen
Een van de grootste problemen op scholen vandaag is de alsmaar afnemende leesvaardigheid van de leerlingen. Of dat nu komt doordat ze minder lezen, of dat ze minder lezen doordat ze er slechter in zijn, het effect is hetzelfde. Als je een vaardigheid niet bijhoudt, neemt de beheersing van die vaardigheid af, en dus lijkt het of we in een ernstige neerwaartse spiraal zitten. Het kan niet anders of vandaag of morgen storten we collectief neer.
Bij ons op school speelt dat probleem ook, en dat heeft gevolgen voor de resultaten. Vroeger kregen we sommen om op te lossen, maar tegenwoordig gaat elke opgave vergezeld van een lap tekst waar je de opdracht uit moet halen. Redactierekenen noemden we dat vroeger, toen het nog een aparte vaardigheid was. Tegenwoordig is dat de standaardmanier waarop de vragen gesteld worden. Ik herinner me een rekentoets voor 5 vwo waarbij ik mocht surveilleren. Voor de gemiddelde leerling die de toets deed, zou de vraag "wat is de helft van 1/8" niet moeilijk te beantwoorden geweest zijn, maar verpakt in een verhaaltje werd het plotseling een afgeleide van de algemene relativiteitstheorie!
De vraag was als volgt verpakt: "Je bent jarig, en je moeder heeft een aardbeientaart gekocht om aan het eind van de dag te trakteren aan je vrienden. De bakker heeft de taart al in 8 stukken gesneden. Je vriend Jan kan dan niet komen, en komt tussen de middag langs. Je biedt hem een stuk taart aan en hij zegt ja. Omdat je hem niet alleen wilt laten eten, pak je zelf een half stuk. Hoeveel taart heb je over om onder je andere vrienden te verdelen?" De paniek die zich halverwege het lezen van de opdracht al van de leerlingen meester maakte, was indrukwekkend. Zweet droop van het voorhoofd op de bovenlip. De grafische rekenmachine werd gepakt en aangezet. Het geheugen van de machine werd voor de zekerheid gewist voordat de vertaling van de opdracht naar cijfers werd ingevoerd. De uitkomst werd gecontroleerd en voor de zekerheid op papier nogmaals berekend. Tegen de tijd dat het antwoord genoteerd was, was de taart niet meer te eten. Lezen, het is en blijft een moeilijk ding.

Nou ben ik een talendocent, en het halen van de belangrijke informatie uit een tekst is voor mij een tweede natuur. Omdat die vaardigheid zo belangrijk is, lees ik hele boeken voor in de klas. Het is verbazingwekkend wat de leerlingen daarvan meenemen. Nou is het niet zo dat ik gewoon maar een beetje voorlees. Ik stop, wijs aan, leg uit, link dingen aan andere stukken tekst, andere boeken. Ook daar merk je weer dat moderne leerlingen hele stukken achtergrond missen die wij vroeger standaard meekregen. In Jane Eyre zitten bijvoorbeeld heel veel verwijzingen naar de Bijbel. Mijn leerlingen (her)kennen er letterlijk niet één. In The Things They Carried, de verhalenbundel over Vietnam die we lezen, heet een van de hoofdpersonen Jimmy Cross, en zijn bijna-vriendin heet Martha. Leg dat maar eens uit aan een klas vol leerlingen die niets uit de Bijbel kennen.
En dus doe ik mijn best om het zo persoonlijk mogelijk te maken. Ik maak verbindingen met onze school, onze stad, leerlingen van vroeger en mijn eigen leven. Of wat ik doe echt helpt om ze de inhoud van de boeken beter te laten begrijpen, dat weet ik niet, maar waar het absoluut voor zorgt, is dat de emotionele boodschap van de schrijver (wat wil de schrijver dat de lezer voelt bij het lezen van de tekst) binnenkomt op een manier die anders absoluut niet haalbaar is. In The Things they Carried gaat het laatste verhaal over de dood van een vriendinnetje van de schrijver toen hij pas 9 jaar oud was. De eerste keren dat ik het verhaal voorlas, was de klas muisstil, maar meteen daarna lieten ze de inhoud van zich afglijden als water. Te moeilijk, te zwaar, te confronterend... Verlies is misschien ook te abstract als je het geen duidelijk gezicht geeft, en dus link ik het de laatste jaren aan mij, en ook mijn verhaal verandert per jaar.
Mijn moeder overleed in 2017, mijn broer in 2019, corona haalde allerlei mensen in mijn directe en indirecte omgeving te vroeg weg, en mijn vader overleed afgelopen augustus. Al die doden hebben hun eigen gevoel, moeten op hun eigen manier uitgelegd en ingepast worden. Waarom schrijven we, waarom vertellen we verhalen, wat doen we onszelf aan als we die vaardigheid verliezen? Leerlingen vinden dat moeilijk, en soms vloeien er tranen. Dat is mooi! Emotie helpt je dingen te begrijpen die anders volledig aan je voorbijgaan.

Dit is mijn laatste schooljaar, ik ga andere dingen met mijn leven doen. Heerlijk, nieuwe verhalen, nieuwe uitdagingen, prachtig! Maar omdat het de laatste keer was, de laatste les, vond ik het heel moeilijk om dat dit jaar aan mijn leerlingen te laten zien. Volgens mij begrepen ze het wel, en de reacties waren prima. Ik hoop dat het ze ertoe aanzet meer te lezen, of in ieder geval beter na te denken bij wat ze lezen. De illusie dat ze door mijn lessen beter in staat zullen zijn taart in de juiste hoeveelheid stukken te verdelen, heb ik echter niet.
Maar ik houd sowieso niet van aardbeientaart.
Een paar jaar geleden kreeg ik, onafhankelijk van elkaar, een berichtje van twee leerlingen die ooit bij mij in de klas hebben gezeten. De een is beroepsofficier en de andere is onderzoeksjournalist. Allebei lieten ze me weten het Vietnamboek nog eens gelezen te hebben, en allebei vertelden ze dat ze vanuit hun beroep nu echt begrepen wat ik ze had uitgelegd toen ze 17 jaar waren.
Ik reken dat als een succes. Ik kan met een gerust hart met pensioen!