Patronen
Het is misschien stom, maar we doen het allemaal: kijken in de spiegel op wie je lijkt, je vader of je moeder. Als je jong bent doe je het waarschijnlijk wat vaker, op middelbare leeftijd heb je geen tijd voor die onzin, en als je ouder wordt ga je het weer wat vaker doen. Tenminste, zo werkte het bij mij. En het stomme is, je herkent altijd wat, maar meestal niet dat waar je naar op zoek bent. Als het puur over het uiterlijk gaat zie ik mijn vader en mijn broers me door mijn ogen aankijken, blauw kritisch en een tikje oordelend. Mijn moeder herken ik aan mijn haren, lekker heel vroeg grijs en volledig uit de krul. Als ik de spiegel vergeet heb ik van mijn vader mijn vermogen om mezelf in het centrum van mijn heelal te plaatsen en urenlang door te praten zonder ooit echt tot het punt te komen. Van mijn moeder heb ik het overdreven emotionele waar ik liever niet over praat en mijn angst niet goed genoeg te zijn. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Mensen zijn rare dieren. Als er kinderen in beeld komen is het eerste dat we doen zoeken naar overeenkomsten met de ouders, grootouders of verdere familie, maar eigenlijk weten we dat "elke overeenkomst/gelijkenis met bestaande personen berust op louter genetisch toeval", en dat wat we vandaag zo opvallend vinden er morgen weer heel anders uit kan zien. Ik heb me ooit laten vertellen dat alle baby’s na hun geboorte op hun vader lijken, en dat de natuur dat zo ingeregeld heeft om te voorkomen dat vaders hun nageslacht meteen verstoten. Als iemand op jou lijkt moet hij of zij wel oké zijn, toch?
Hetzelfde idee kom je dan weer omgekeerd tegen bij pubers. Zij willen niet op jou lijken, en jij zou graag zien dat ze wat meer van de goede en wat minder van de slechte eigenschappen van jou en je partner hadden overgenomen. Ook een aardige in dat verband is de neiging om goede eigenschappen naar jezelf te schuiven, en slechte bij je partner in de schoot te werpen. Mijn dochter is echt een schatje, maar die zoon van jou!! Ach ja...
Het afgelopen weekend zat ik te kijken naar “Beste Zangers”, en daar loopt een meisje tussen waar ik helemaal niets mee heb. Blijkt ze toch echt hartstikke leuke muziek geschreven te hebben! Dat muzikale had ze van haar moeder, van haar vader wist ze eigenlijk niet zo veel. Die was niet echt in beeld, maar hij had wel iets artistieks. Tjonge, daar moest ik echt wel even over nadenken. Ik weet wie ik ben omdat ik weet wie mijn ouders waren. Misschien weet ik dat wel net iets te goed, ik heb daar al eerder over geschreven. Maar toch, ik ben een gelukkig mens. Ik zie dan ook allerlei dingen om me heen die me in één keer terug kunnen brengen naar mijn jeugd, of naar één van mijn twee ouders. Gisteren zag ik in een film een oude vrouw op haar sterfbed de hand van haar zoon pakken op een manier die me ter plekke 9 jaar terug in de tijd bracht. Dat was pijnlijk, maar mooi pijnlijk. Mijn moeder was van de emotie, en dan kom ik weer bij mijn vader.
Mijn vader was wiskundeleraar, en zelfs toen hij hartstikke dement was kon hij in de Trump-Test zonder erbij na te denken 7 van 90 af blijven trekken. Dat was een patroon dat zo tot in het oneindige diep in zijn hersens was opgeborgen, dat zei helemaal niets meer over in hoeverre hij nog echt mijn vader Klaas was. Klaas was de vleesgeworden ratio, en hij definieerde zichzelf dan ook in die termen. Op zich wel grappig, want pas later realiseerde ik me dat mijn moeder hem op dat gebied wel overvleugelde. Niet dat dat er nog enigszins toe doet, maar toen zij jong waren was dat niet eens een overweging. En dan kom ik weer bij dat liedje van dat meisje, Zoë of zo. Wij volgen ons hele leven lang de patronen waarmee we zijn opgegroeid, de patronen die onze ouders in ons verankerd hebben, de patronen waarmee wij in ons leven een beetje het leven van onze ouders met terugwerkende kracht de moeite waard maken. Soms mooi, soms minder mooi, maar altijd herkenbaar en meer of minder veilig. Mijn moeder was van de patronen, ze breide veel, en ik herinner me de rode kabeltrui die ze voor me maakte. Mijn vader probeerde patronen te doorbreken, en dat is dan weer een patroon dat ik ook wel probeer te breien, maar net zoals hij ben ik daar dan weer niet zo goed in. Ach ja, het zijn maar patronen, maar het is wel confronterend om ze in jezelf tegen te komen.
Je zou er een liedje over kunnen schrijven!
Het zijn maar patronen die eventjes sterker zijn dan wij
Ik maak me geen zorgen, want niets is voor altijd
Patronen doorbreken, soms voelt het dichtbij
Of zit dat patroon in mij?